Het pompstation

We liepen terug naar de auto; mijn lief geagiteerd, hij had al veel eerder terug willen gaan hij voelde zich niet geheel prettig op de heilige plaatsen van weleer, ik had graag echter langer willen blijven. Hij had gelijk, we moesten terug, we hadden nog minstens 3 en een half uur te rijden over hobbelige wegen en was het niet zo dat ter ‘ere van ons’ een party gehouden zou worden, wij dienden daar bij te zijn. 



We reden weg en zagen wel acht benzinepompstations, misschien wel 10 dicht op elkaar staan, wellicht is er onderweg geen benzine meer te krijgen vermoedde ik en wilde een pompstation inrijden, wij hadden immers maar voor een kleine 50 kilometer benzine. Maar, mijn echtgenoot nu inmiddels met een behoorlijk humeur wilde per se niet stoppen, we rijden door we hebben haast en onderweg is vast wel een pompstation. Ik wilde echter toch benzine halen, maar het ging zoals het ging en onder hevig gekissebis reden we verder. Het begon te regenen en te onweren, de ruitenwisser kon het niet meer aan en het werd op deze smalle Afrikaanse weg drukker en drukker, maar plaats om te stoppen langs de weg was er niet, en een pompstation was niet meer te vinden en zelfs stoppen was een gevaarlijke aangelegenheid.



Stil nu, reden we verder. Ik dacht wat nu? H&Mac226;j had toch wel kunnen stoppen in het begin voor de benzine? Ja, maar wat had &Mac226;k kunnen doen, hij schreeuwde zo tegen me.... kon&Mac226;k er wat aan doen....



Het is toch niet te geloven dat ik nu nog zulke gedachten had? Niet hij is daar schuldig aan maar ik had zelf het heft in handen moeten nemen en gewoon moeten doen wat ik wilde doen: benzine tanken. Het was die gedachte die me vrij maakte en tijdens het rijden vergaf ik mijzelf voor mijn eigen nalatigheid en vergaf ik mijn echtgenoot zijn boosheid, die boosheid had immers niets met mij te maken gehad.



We keken weer op de benzinemeter en zagen op de computer dat er nu nog voor 12 kilometer benzine in zat, en we moesten nog zo’n 200! Geen huizen onderweg, niets anders dan oerwoud. Ik besloot achter een vrachtwagen te rijden en zo te proberen in zijn slipstream benzine te sparen.



Je hoeft je toch niet zorgen te maken, zo ging het in mijn hoofd, je kunt toch altijd op God vertrouwen, ja, dacht ik maar hier heb je een situatie waar je nu juist benzine nodig had, maar dat vertrouwen bleek een sterkere gedachte te zijn en ik wist ineens absoluut zeker dat ik op God kon vertrouwen en dat gaf me een warm liefde gevoel van binnen. Ik kon zelf niet voor een oplossing zorgen, maar kon het volledig aan God overlaten en die gedachte maakte mij licht in mijn hoofd, het was zelfs zo dat iedere gedachte hoe gevaarlijk het was en of wat er zou kunnen gaan gebeuren opgelost werd door mijn liefdegevoel.



Ik vertelde mijn echtgenoot hierover en vroeg hem hoe hij over onze situatie dacht, we reden nog wel, en we hadden nog maar een beetje benzine, hij zei dat hij spijt had geen benzine genomen te hebben en maakte zijn excuses aan mij en ook voor het feit dat hij mij in deze akelige situatie had gebracht, en ik hoorde mijzelf zeggen dat hij zijn excuses aan zichzelf zou kunnen maken als hij dat wilde, en het werd even stil in de auto, alleen de ruitenwissers, het geluid van de motor, het zware rommelige verkeer was te horen. Ja, zei hij stil, ik h&Mac218;b me zelf vergeven.



Vrijwel gelijk hield de regen op, de zon brak door en op de andere kant van de weg was&Mac218;ven geen verkeer en we konden zo een pompstation in rijden. Het was een oud pompstation uit de jaren 30 en wij vermoedden dat er wel meer van deze pompstations in Afrika stonden. We tankten en zagen dat er nog maar 1 liter in de tank had gezeten! Mijn echtgenoot maakte nog een praatje met de mensen die om het tankstation stonden.



Bij aankomst vertelden we ons verhaal aan onze vrienden en die verzekerden ons dat er op die weg absoluut geen pompstation is te vinden, nergens, helemaal niet, alleen heel vroeger is er wel eens een geweest .......



Yvonne Hagenaar-Ratelband

Copyright 17-8-99